Geplaatst op Geef een reactie

Overtredingen en penalty’s

Horseball is een onwijs gave sport met veel snelheid en actie. Daarbij is veiligheid wel heel erg belangrijk om paard en ruiter te kunnen beschermen. Er zijn daarom strenge regels, het is goed om deze regelmatig bij de training door te nemen. Tip: Ga ook eens filmpjes kijken van wedstrijden en kijk of je kan zien wanneer er een overtreding gemaakt wordt.

Handhaving van de veiligheid

Om horseball zo veilig mogelijk te houden voor ruiter en paard zijn er tijdens de wedstrijd twee scheidsrechters aanwezig. Een van de scheidsrechters zit of staat op een hoge stoel ter hoogte van de middenlijn aan de buitenkant van het veld. De andere scheidsrechter rijdt te paard mee in het spel.

De scheidsrechters zijn er om in de gaten te houden dat er geen overtredingen gemaakt worden tijdens het spel en dat iedereen zich aan de spelregels houdt. Indien nodig kunnen de scheidsrechters penalty’s (straf) geven.

“Hee scheids! Kijk eens uit je doppen!”

Hoe vaak gebeurt het wel niet bij een sport dat er commentaar is op de scheidsrechter? Spelers en/of coaches zijn brutaal en hebben weerwoord op de beslissing van een scheidsrechter.

Bij horseball is er slechts 1 iemand die met de scheidsrechter in gesprek mag gaan en dat is de captain (aanvoerder) van het team. Tegenspraak is hoe dan ook niet gewenst maar mocht er iets met de scheidsrechter gecommuniceerd moeten worden dan is dit de taak van de captain. Zelfs de coach heeft niets met de scheidsrechter te maken en kan een waarschuwing krijgen als hij zich met de scheidsrechter bemoeit.

Penalty’s

De P staat hier letterlijk voor penalty. In alle gevallen verliest het team dat de overtreding maakt de bal en gaat de bal naar het andere team:

P3 –> Deze penalty wordt gegeven voor lichte overtredingen. Het team dat de bal krijgt van de scheidsrechter stelt zich op de middenlijn naast elkaar op, speelt 3 keer met elkaar over en hervatten daarna het spel en beginnen de aanval.

P2 –> Deze penalty wordt gegeven bij zwaardere vergrijpen. Er zijn twee varianten van de P2.

Direct: Twee van de spelers van het team dat de bal krijgt, stellen zich naast elkaar voor het doel waar ze scoren op. Dit doen ze op een afstand van 10 meter. Wanneer het fluitsignaal klinkt wordt er vanaf de 10 meter direct op het doel geschoten.

Indirect: Drie van de spelers van het team dat de bal krijgt stellen zich naast elkaar op voor het doel waar ze scoren. Dit doen ze op een afstand van 15 meter, wanneer het fluitsignaal klinkt wordt er 3 maal overgespeelt. Daarna hervat het spel en start het team met de bal de aanval.

P1 –> Deze penalty wordt gegeven bij zware vergrijpen of gevaarlijk spel. Twee spelers van het team dat de bal krijgt stellen zich naast elkaar op voor het doel waar ze scoren. Dit doen ze op een afstand van 5 meter, wanneer het fluitsignaal klinkt wordt er vanaf 5 meter direct op het doel geschoten. Het paard van de speler met de bal mag hierbij vastgehouden worden door de speler zonder bal (uiteraard wel vanuit het zadel).

Voordeel –> Er wordt een fout gemaakt door het verdedigende team maar het aanvallende team heeft nog steeds de bal. De scheidsrechter kan ervoor kiezen om het spel verder te laten gaan als de aanval na de (lichte) overtreding ook doorgaat en de scheidsrechter meer zou verstoren als hij fluit voor de overtreding. Het aanvallende team behoudt dan de bal en dit wordt gezien als ‘voordeel’.

Technische fout –> Bestraffing van onsportief gedrag

Oeps, foutje!

Om jullie op weg te helpen, wilden we jullie niet laten zitten zonder een aantal voorbeelden van overtredingen en de penalty’s die daarbij horen. Hier komen ze:

P3

  • Een speler valt van zijn paard – Geloof het of niet, dit is een overtreding! Je moet namelijk altijd op je paard blijven zitten. Als je van je paard valt wordt er een P3 gegeven en krijgt het andere team de bal.
  • Een mislukte opraap aan het begin van de wedstrijd – Aan het begin van de wedstrijd heeft het aanvallende team 3 pogingen om de bal vanuit galop te rapen. Lukt dit niet? Dan wordt er een P3 gegeven en gaat de bal naar het andere team.
  • Speler met bal buiten het spel – De bal is over de lijn heen gegaan, in dit geval samen met de speler. De bal gaat naar het andere team.

P2

  • Hinderen bij het rapen – De bal valt tijdens de wedstrijd op de grond en je wil de bal oprapen maar een andere speler is je voor. Je wil de bal toch hebben en besluit vast in de buurt te rijden maar je rijdt daarbij in de weg voor de rapende speler. De scheidsrechter zal hier een P2 (en soms zelfs een P1) voor geven.
  • Verkeerde volgorde bij het rapen – De bal valt tijdens de wedstrijd op de grond en je wil uiteraard zo snel mogelijk de bal oprapen. Alleen was je nog niet aan de beurt… De scheidsrechter geeft hiervoor een P3
  • Gevaarlijk spel – De aanval komt eraan en alles waar je aan kan denken is; “Die bal moet weg bij het doel!”. Je geeft je paard de sporen en scheurt op de aanval af. Alleen, je hoek is groter dan 45 graden waardoor je te recht op de flank van een ander paard af bent gereden. De scheidsrechter zal hier een P2 voor geven.
  • Gevaarlijk spel 2 – Je wil verdedigen maar je was net niet snel genoeg, je rijdt achterop het paard van de aanval. Dit is gevaarlijk spel en zal worden bestraft met een P2.

P1

  • Verkeerde rijrichting – Iedereen ging linksaf onder het doel maar jij stond nog met je neus naar rechts. Oeps! Dat is de verkeerde kant op en enorm gevaarlijk. Dit wordt bestraft met een P1.
  • Gevaarlijk spel – Je bent aan het verdedigen en wil de tegenstander natuurlijk graag tegenhouden. Je hebt een plannetje: Je haalt de aanvallende speler in, gaat ervoor rijden en vermindert dan snelheid. Omdat je ineens van snelheid verandert en daarmee iemand anders hindert creëer je een enorm gevaarlijke situatie, dit wordt bestraft met een P1.
  • Verder is het zo dat als er een overtreding gemaakt wordt tijdens een doelpoging en door de overtreding mist de aanvallende speler, dat er dan eigenlijk altijd een P1 gegeven wordt.

Technische fout

  • Als een coach, groom of speler onsportief is kan er een technische fout gegeven worden. Dit kan gebeuren bij bijvoorbeeld grof taalgebruik of gebaren, de tegenstander irriteren of het verloop van de wedstrijd bewust vertragen. Er wordt naar de ernst van de fout bepaald over de bestraffing een P1, P2 of P3 zal worden.

Braaf paard

Niet alleen de spelers maar ook de paarden kunnen overtredingen maken. Of nou ja, eigenlijk maar 1. En dat is het in gevaar brengen van anderen door asociaal gedrag. Paarden die slaan of bijten zijn niet welkom in de wedstrijd en zullen van het veld gestuurd worden.

Soms zijn de paarden enorm enthousiast en worden ze ontzettend heet van het horseballen. Wanneer ze dan mogen vertrekken van hun ruiter steigeren ze eerst om vervolgens een sprintje te trekken, dit kan gebeuren maar is niet gewenst. Als dit gedrag veel voor komt kan de speler een waarschuwing krijgen en eventueel verzocht worden het veld te verlaten.

Verder kun je voor onderstaande punten een gele kaart krijgen:

  • Het paard slaan met de teugels, de bal of met je handen.
  • Een paard van een tegenstander tegenhouden of slaan.

Nog handig om te weten

Naast alle technische fouten die er gemaakt kunnen worden is er ook nog zoiets als ‘fair play’. Van de speler wordt verwacht dat ze zich netjes aan de regels houden en ze de wedstrijd vriendschappelijk houden. Aangezien horseball een kruising tussen rugby en basketbal te paard is kan het er vrij ruig aan toe gaan. Dit neemt echter niet weg dat het niet toegestaan is om anderen te hinderen en in gevaar te brengen. Gedrag als stompen, knijpen en krabben is ook niet gewenst.

 

Geplaatst op Geef een reactie

Horseball – Je eerste wedstrijd kijken

Net als ieder spelletje en iedere balsport heeft horseball spelregels waar de spelers zich aan moeten houden. Misschien handig om te weten, het spel wordt gewonnen door het team met de meeste doelpunten. Naast het feit dat spelregels het spel overzichtelijk houden is er bij horseball nog een heel belangrijk aspect; veiligheid. In dit artikel lees je alles wat je moet weten om je eerste wedstrijd te kunnen begrijpen.

Het team
Voor hoe een horseball team eruit ziet zijn er ook regels. Ieder team bestaat uit maximaal 6 paarden en 6 ruiters. Tijdens de wedstrijd speel je 4 tegen 4 en zijn er 2 wisselspelers. Voor de wedstrijd begint wordt het harnachement gecontroleerd. Als dit niet in orde is worden de spelers uitgesloten van de wedstrijd.

Je kan je zo voorstellen dat als je met 8 paarden in volle galop door de bak gaat veiligheid erg belangrijk is, maar daarover later meer.

Duur van wedstrijd

Een horseball wedstrijd bestaat uit twee periodes van 10 minuten. Tussen de twee helften zit een rust van 3 minuten, in de rust stappen de spelers van hun paard. De grooms houden terwijl de spelers op de grond staan de paarden warm door ze te laten stappen.

De rust is een belangrijk moment tussen de spelers en coach om het verloop van de wedstrijd en de tactiek nog eens door te spreken.

In de aanval!
Het harnachement is gecontroleerd en in orde, de wedstrijd kan beginnen. De captains van ieder team melden zich bij de scheidsrechter en door middel van een toss wordt bepaald welk team als eerste mag beginnen met het oprapen van de bal.

Het aanvallende team stelt zich op voor de opraap. Twee spelers aan iedere zijde van de bak met hun neus richting eigen doel. Vanuit hier krijgt het aanvallende team 3 pogingen om vanuit galop de bal op te rapen. Bij promotour (beginnende teams) wedstrijden zijn dit 4 pogingen waarvan 3 in galop en 1 in draf.

Lukt dit niet? Dan geeft de scheidsrechter een P3 (voor meer informatie lees: “overtredingen en penalty’s”) en gaat de bal naar het andere team.

De opraap is geslaagd en de wedstrijd kan nu echt beginnen. Het aanvallende team moet 3 keer overspelen tussen 3 verschillende spelers om een poging om te scoren te mogen doen. Iedere speler van de aanval mag de bal maximaal 10 seconden vasthouden, na 10 seconden moet de bal overgespeeld zijn.

Vanaf nu is het opletten geblazen want het spel krijgt snelheid!

Ondertussen in het verdedigende team
Terwijl het aanvallende team zich opstelt voor de aanval stelt ook de verdediging zich op. De verdediging gaat ook met de neuzen richting het eigen doel staan, zo kunnen zij makkelijk het aanvallende team opvangen.

Zodra het aanvallende team de middenlijn gepasseerd is rijdt het verdedigende team met de aanvallers mee. Hierbij mag de verdediging met een hoek van maximaal 45 graden op de schouder van het aanvallende paard af rijden. Ook mag de verdediging hierbij niet voor het paard van de aanval rijden en het tempo vertragen, als laatst mag zowel de verdediging als de aanval niet achterop het paard van een speler van de andere partij inrijden. Deze regels voorkomen gevaarlijke situaties waarbij paarden op elkaar inrijden met hoge snelheid. De verdediging zal proberen de spelers van de aanval naar buiten te duwen om zo te voorkomen dat de aanval bij het doel komt.

Terwijl de verdediging de aanval naar buiten duwt mogen zij proberen om de bal van de aanvallers af te pakken. Let wel op: Bij het afpakken mag alleen naar de bal gegrepen worden, niet naar de spelers.

Twee spelers hebben de bal vast, wat nu?
De verdediging heeft de bal te pakken gekregen en de aanval doet er uiteraard alles aan om de bal vast te houden. In deze strijd om de bal moeten beide spelers in het zadel blijven zitten. De bal mag niet heen en weer gezwaaid worden en de strijd om de bal mag maximaal 10 seconden duren.

Als de bal niet losgelaten wordt, krijgt de speler die de bal als laatste vastpakte de bal.

Regel 1, rijrichting!
Zoals we hierboven al schreven is horseball een spelletje met 8 paarden en een hoop snelheid. Daarbij is 1 regel misschien wel het allerbelangrijkste om de veiligheid van de paarden en de ruiters te garanderen: rijrichting.

De speler met de bal bepaald de rijrichting.
Je moet het je zo voorstellen, er staat 1 doel op de A en er staat 1 doel op C. Als de speler met de bal richting de A rijdt, beweegt het hele spel zich richting de A. Wend de speler met de bal af naar links of naar rechts op de korte zijde, dan beweegt het hele spel zich naar links of naar rechts. Rijdt de speler met de bal dan weer richting de C dan beweegt het hele spel zich die kant op.

Het is daarbij wel toegestaan voor het verdedigende team om zich op te stellen voorbij de middenlijn met hun neuzen weer richting het eigen doel. Hierbij mogen uiteraard de spelers van het aanvallende team niet gehinderd worden!

Goal!!
Yes! Er is een doelpunt gemaakt! Maar, wat nu?

Beide teams gaan zich na een geslaagde doelpoging opstellen voor een touche. Bij een in touche wordt de bal weer in het spel gebracht, eigenlijk kun je het zien als een soort ingooi.

Team A heeft bij Team B gescoord. Een speler van Team B krijgt nu de bal, de speler gaat op de middenlijn staan bij de scheidsrechter op de stoel. De speler die de bal in gaat gooien staat met de achterhand van het paard richting de scheidsrechter op de stoel en kijkt naar het veld.

Twee spelers van Team A en Team B stellen zich op. Team A stelt zich achter elkaar op aan de middenlijn, met hun gezicht richting de speler die de bal inneemt. Ze staan hierbij aan de zijde van hun eigen doel. Team B doet hetzelfde aan de andere kant. Tussen beide teams loopt nu de middenlijn, dit heet de ‘gang’. De gang is minimaal 1 meter tussen de paarden van beide teams. De overige spelers staan op minimaal 5 meter afstand van de touche op hun eigen helft van het veld.

Als de scheidsrechter fluit heeft de ingooiende speler 3 seconden om de bal in te gooien. De bal moet hierbij recht door het midden van de gang gegooid worden, anders wordt de touche partijdig verklaart en afgekeurd.

Beide teams zullen proberen de bal te pakken, het team dat de bal aantikt of vangt mag de bal houden en wordt het aanvallende team.

De bal is gevallen
De bal ligt op de grond, er is naast het doel gegooid of een van de spelers heeft gewoon niet zo goed gevangen. Lang verhaal kort, de bal moet opgeraapt worden en weer in het spel gebracht worden.

Ik hoop dat jullie allemaal nog scherp zijn want nu wordt het echt ingewikkeld. Want, wie mag er nu als eerste oprapen?

De speler die het dichtst bij de bal is en in de oorspronkelijke rij richting beweegt mag als eerste de bal oprapen. Daarna is de daarna dichtstbijzijnde speler aan de beurt. De spelers sluiten hierbij achter elkaar aan en er moet minimaal 5 meter tussen de raper en het eerstvolgende paard zitten.
Tijdens het rapen mag het paard niet in tempo vertragen, niet om de bal heen draaien en niet van rijrichting veranderen.

Zo, je hebt nu genoeg basiskennis om je eerste wedstrijd te gaan kijken. Wil je toch een keer alle regels lezen? Kijk dan ook eens bij “regels”.